Eerste publicatie

Schrijfwedstrijden motiveren om te schrijven

Als schrijver zit je alleen achter je bureau, lig je in een hangmat of zit je onder een boom met je blocnote en een potlood. Blindstaren op je eigen werk gebeurt voordat je beseft dat je het doet. Afstand nemen en met een kritische blik kijken is niet gemakkelijk. Daarom is het zo belangrijk om andere schrijvers op te zoeken en naar hun mening te vragen. Feedback krijgen is in het begin eng, maar de enige manier om écht te groeien. 

Schrijf je Los is het schrijverscollectief waar ik deel van uitmaak. Iedere twee weken komen wij, een groep van 6 vrouwen, bij elkaar om te schrijven, voor te lezen en het schrijversschap te bespreken. Dit kan gaan over technieken, maar ook over beleving. Hoe hou je jezelf aan de gang?

 

Een van de manieren die mij motiveert om verschillende verhalen uit mijn pen te laten rollen is het deelnemen aan schrijfwedstrijden. Bij sommige wedstrijden krijg je feedback, bij de meeste niet. Maar bij allemaal krijg je te horen of je door bent naar de volgende ronde en of de jury, meestal bestaande uit redacteuren of ervaren schrijvers, jouw verhaal aantrekkelijk genoeg vinden om te publiceren. In 2019 deed ik mee aan een aantal wedstrijden en wist niet voorbij de eerste selectie te komen. Ik heb me daarom aangemeld voor een begeleidingsproject van Godijn Publishing. Ik kreeg van drie ervaren redacteuren feedback op twee van mijn verhalen: 'De ogen van Eleanor' en 'De dorpszoon van Cluain Glass'. Deze feedback heeft mij geholpen om mijn schrijfstijl en verhaalopbouw te verbeteren. De tips heb ik, uiteraard, meegenomen naar mijn andere verhalen. En met succes, want dit jaar werd 'Het lot van Murphy' gekozen als een van de verhalen voor de bundel 'Et in ventum - Een fluistering in de wind' eveneens bij Godijn Publishing. Ik ben blij, trots en hiermee extra gemotiveerd om nog meer te schrijven. 


Fragment uit Het lot van Murphy - door Marielja de Geus:

 

'Blijf alsjeblieft thuis.’ Hannah kauwde op haar wang, terwijl ze haar man aankeek. ‘Het waait te hard.’ Murphy had zijn geoliede goed aangetrokken en bond zijn beenkappen om. ‘Ik heb door ergere stormen gevaren.’ Hij stond op, pakte Hannah rond haar middel en trok haar tegen zich aan. Ze legde haar hoofd tegen zijn schouder. Roodblonde haren golfden over haar rug naar haar billen. ‘Het komt goed, meisje. Waar ik ook ben, je kunt me horen in je hart.’ Murphy drukte een kus op haar voorhoofd. Nog een op haar slaap, wang, kaak en zakte langs haar nek naar de kraag van haar jurk, die hij een stukje opzij schoof. ‘Niet doen.’ Ze giechelde door de verleiding. ‘Als afscheid. Ik kan dit alles weer uittrekken.’ Plagend begon hij de veters van zijn omslag los te knopen. ‘Straks kom je te laat.’ ‘Je wilt toch dat ik thuis blijf?’ ‘Ja, nee. Je snapt me best.’ ‘Ik beloof je, als ik thuis kom,’ hij legde zijn handen op haar heupen, ‘gaan we dansen.’ In de loop van de dag was de storm flink toegenomen. De overgang van dag naar nacht was door het donkere weer nauwelijks te onderscheiden. De volle maan prikte haar licht tussen de hoosbuien door. Hannah ging naar de kust om te zien of de curragh van Murphy en de andere vissers al terug kwam. Het strand was volledig verdwenen. De golven beukten als wilde stieren tegen de klippen. Door de stortvloed van regen kon ze het verschil tussen de zee en de lucht niet zien. De wereld overstroomde. Tussen de plooien van haar mantel droeg Hannah een houten kruisje bij zich. ‘Heilige Kristoffel, waak over Murphy, Fergus en Ian. Breng hen veilig thuis.’ 


Het hele verhaal kun je lezen in de Middeleeuwse verhalenbundel 'Et in ventum - Een fluistering in de wind' van Godijn Publishing.